Vaccinatie bij kinderkanker

Bescherming tegen waterpokken door vaccinatie van kinderen met kanker

Introductie 
Uit een klinische vaccinatiestudie blijkt dat kinderen goed en veilig tegen waterpokken gevaccineerd kunnen worden tijdens de behandeling van hun ziekte. Het vaccineren gebeurt ten tijde van een korte ingelaste pauze van de behandeling. 
De vraag die tijdens dit onderzoek beantwoord zal worden is of de bescherming van de vaccinatie tegen waterpokken meetbaar is (nog voordat er plotseling waterpokken op school of thuis is uitgebroken). Het meten van antistoffen tegen het waterpokkenvirus na de vaccinatie geeft niet genoeg duidelijkheid en daarom het op een andere manier geprobeerd, namelijk door het meten van bepaalde afweercellen in het bloed. De vraag is of deze afweercellen tegen het waterpokkenvirus aantoonbaar zijn na 1 of 2 vaccinaties en of deze afweercellen zorgen voor de veronderstelde bescherming. Uiterst belangrijk is dat de vaccinaties veilig en voldoende beschermend zijn.

Stand van zaken 
In de eerste periode is er vastgesteld dat celproliferatie (celvermeerdering door deling) een gevoelige techniek is om de afweercellen specifiek tegen waterpokken vast te stellen, maar dat de manier om het aantal te bepalen relatief lastig blijft. Na deze initiële fase is er in de tussentijd voldoende ervaring door de analist opgedaan met controlematerialen en zijn we gestart met de eerste serie van patiëntmonsters. In bloedmonsters van 30 kinderen met kanker (gemiddeld 8 monsters per kind) blijkt de toename van het aantal specifieke afweercellen aangetoond te kunnen worden.
Het testen van de toename in het aantal specifieke afweercellen in patiëntseries is zo uitgevoerd dat tegelijkertijd een analyse van 25 verschillende afweereiwitten (cytokines) verricht kon worden. Deze resultaten zullen zeer binnenkort bekend worden. Als daaruit blijkt dat tijdens de stimulatie van de specifieke afweercellen een enkel bepaald afweereiwit of afweereiwit patroon gedetecteerd kan worden, is dit mogelijkerwijs een betere wijze van kwantificering. 
We zullen het komende jaar de series van patiëntmaterialen op geplande wijze verder doormeten. De data van proliferatie en cytokine(n) zullen we daarbij vergelijken met de reeds bekende humorale respons tegen hetzelfde VZV-specifieke antigeen. 

Conclusie 
Kinderoncologische patiënten kunnen veilig gevaccineerd worden met een levend-verzwakt waterpokkenvirus (VZV) vaccin tijdens chemotherapie. 
De antistofvorming is verstoord bij chemotherapeutische behandelingen voor solide tumoren en leukemie, zo is gebleken uit ons onderzoek. Om die reden wordt een tweede vaccinatie sterk aangeraden voor optimale antistofvorming, met de gedachte dat die antistoffen tegen het waterpokkenvirus (VZV) optimale bescherming tegen waterpokken biedt. We weten echter ook dat zelfs na een 2e vaccinatie toch niet bij alle kinderen voldoende antistoffen worden aangemaakt. Bij ongeveer 70% van de patiënten werden goede antistofhoeveelheden tegen waterpokken vastgesteld. 
Geen maximaal resultaat, maar met dit onderzoek is gelukkig ook gebleken dat alle kinderen die tweemaal gevaccineerd zijn wel degelijk een zekere activiteit van hun afweercellen tegen de waterpokken krijgen. Deze zogenaamde VZV-specifieke T-cel reactiviteit betekent dat deze kinderen veel minder ernstige waterpokken infecties krijgen als ze het waterpokkenvirus oplopen. Omdat toch regelmatig onduidelijk is of en wanneer er door de patiënten werkelijk contact met VZV is geweest, betekent deze bescherming na 2-voudige VZV vaccinaties een zorg minder. Dat betekent dat de vaccinatie bescherming biedt tegen de gevreesde waterpokken doorbraak infecties (dus ondanks de afwezigheid van antistoffen wordt toch bescherming bereikt). 
Het zou juist zijn om deze risicogroep van kinderen te vaccineren tegen de waterpokken indien zij nog geen waterpokken eerder hebben doorgemaakt. Dit kan veilig plaatsvinden op voorwaarde dat de waterpokkenvaccinatie wordt verricht binnen de vastgestelde grenzen van een goed bloedbeeld met voldoende afweercellen en met in achtneming van het stoppen van de prednison voor een periode van 2 weken vooraf aan de vaccinatie tot 1 week na de vaccinatie. Zo is bescherming goed mogelijk. 

Onderzoeksnummer: 25
Centrum: Emma Kinderziekenhuis - AMC Amsterdam
Startjaar:  2008
Looptijd: 2 jaar
Totale kosten/bijdrage KiKa: € 137.111

Steun KiKa

Elke week krijgen 10 kinderen kanker.
25% redt het niet.

Doneer

Meer over dit onderwerp
onderzoek kinderkanker microscoop

The Cochrane Childhood Cancer Group – stimulatie en publicatie van systematische samenvattingen

De systematische samenvattingen worden op vrijwillige basis gemaakt door enthousiaste…

Lees verder
Onderzoek late effecten

Vragenlijsten voor onderzoek naar late effecten onder Nederlandse overlevenden van kinderkanker

In deze pilotstudie is uitgezocht welke uitnodigingsstrategie zal leiden tot de hoogste respons…

Lees verder
Onderzoek nieuwe medicijnen voor kanker

Innovatieve therapie voor kinderen met kanker: preklinische medicatie en moleculair evaluatie programma

Met behulp van deze KiKa subsidie worden drie belangrijke pijlers voor onderzoek binnen het ITCC…

Lees verder
lab onderzoek kinderkanker

Erfelijke kinderkanker identificeren

Wat is de beste methode om kinderen met een erfelijke vorm van kinderkanker te identificeren?

Lees verder

Steun KiKa

De strijd tegen kinderkanker winnen we alleen als we het samen doen. Word donateur of steun ons éénmalig.

Doneren