Flynt

Het verhaal van Flynt

Ik heb slecht nieuws, zei de dokter. Heel erg slecht nieuws. Met die mededeling landden we met een enorme klap in de wereld van kinderkanker. Een wereld die voor ons altijd ver van ons bed was.

Moeder van kanjer Flynt 

De klachten waren vaag; pijn in zijn beentjes, groeipijn dachten we. Wat moe en witjes; tja, hij sloeg sinds kort zijn middagslaapje over en het was herfst. Geen trek; ach dat heb je wel eens.  Wie denkt er dan in godsnaam aan leukemie?  Het sloeg ons zo ongenadig hard om de oren. Hoe kon zoiets vreselijks zich nou in zo’n lief jongetje van net 3 jaar manifesteren, zonder dat we het door hadden?

Ineens zit je in een ambulance. Zit je kind aan allerlei snoertjes en slangetjes vast en ligt hij op de IC. Hij krijgt chemotherapie en is zo misselijk dat hij groen ziet. Hij ondergaat beenmergpuncties, operaties, bloedtransfusies en moet in quarantaine wegens zijn weerstand.  

Niemand die je kan zeggen hoe het afloopt. Niemand die je troost door te zeggen dat alles goed komt. Dat weet niemand. Het is zo heftig geweest, dat we nu nog steeds niet helemaal weten hoe we het toen gedaan hebben. Stapje voor stapje, uur voor uur, dag voor dag denk ik. Vooruit kijken is veel te eng op dat moment.  

De afdeling kinderoncologie wordt je veilige haven. Ik heb de kinderoncoloog uitgelachen toen hij me dat in het begin vertelde. Maar we hebben er een half jaar lang bijna non stop gezeten. Ik kan je zeggen; het werkt echt zo. Daar is iedereen lief, gaat voor je door het vuur en doet hun stinkende best om je kind beter te maken. Ze schrikken niet van alle emoties, de angst, de kale koppies.

We kampeerden op Flynt’s kamer: een van ons sliep in het Ronald mc Donaldhuis, de ander bij Flynt. We zijn beiden in de ziektewet belandt – werken lukte niet. We konden ons amper concentreren op simpele dingen als boodschappen doen. Alle energie en focus ging naar Flynt en zijn behandeling.

Nu zijn we drie jaar verder. Met Flynt gaat het hartstikke goed. Hij is ontzettend vrolijk. Haalt alles eruit wat erin zit. Een half jaar na zijn laatste chemo begon hij als 4-jarig kleutertje op school. Hij is op wintersport gegaan, zit op judo en zwemles. Heel soms heeft hij het nog over zijn ziek zijn, maar dat is meer als er iets op radio of tv langskomt over kanker. Dan deelt hij mee dat hij dat ook had. En gaat over tot de orde van de dag. En wij? We zijn heel alert op het ‘monster’, want je wilt niet dat die ooit nog terug komt. Maar zo langzaam aan komen wij er ook wel weer. Het lijkt vaak weer op de tijd ‘ervoor’.  Met een groot verschil: we weten en waarderen het allerbelangrijkste in het leven!   

Flynt

Kan je iets vertellen over de tijd dat je kanker had?
•    Ik voelde me niet zo lekker en vond het niet zo leuk. Dat ik in het ziekenhuis moest liggen vond ik vaak ook niet zo leuk.
Wat voor kanker had je?
•    Eeeuhhm, in mijn bloed geloof ik.
Wat kon je niet meer toen je ziek was? En hoe vond je dat?
•    Spelen! En met mijn vriendjes spelen. En niet naar buiten. Dat vond ik echt niet leuk! En spugen moest ik best vaak. Dat vond ik heel naar.
Wat wil je later worden?
•    Zwarte ninja. Die met de aardekrachten, want die is de sterkste!
Wil je nog iets zeggen?
•    Ik wil wel zieke kindjes helpen, maar hoe moet dat?

Steun KiKa

Elke week krijgen 10 kinderen kanker.
25% redt het niet.

Doneer

Steun KiKa

De strijd tegen kinderkanker winnen we alleen als we het samen doen. Word donateur, steun ons éénmalig of kom in actie voor KiKa.

Steun KiKa