Jarno Drost

Dr. Jarno Drost

Dr. Jarno Drost is onderzoeker in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht. Met steun van KiKa doet hij onderzoek naar nier en rhabdoïde tumoren bij kinderen.

Wat onderzoek je? 

Mijn groep doet onderzoek naar nier en rhabdoïde tumoren bij kinderen. Deze tumoren komen in Nederland jaarlijks ongeveer 40 keer voor. “Niertumor” is eigenlijk een verzamelnaam voor een aantal verschillende typen tumoren die in de nier kunnen voorkomen, waaronder Wilms tumoren, niercelcarcinomen en rhabdoïde tumoren. De laatste kunnen, naast in de nier, echter ook voorkomen in onder andere de hersenen en weke delen. We doen ons onderzoek dus ook in nauwe samenwerking met clinici van de solide tumoren (o.a. Prof. dr. M.M. van den Heuvel-Eibrink, kinderoncoloog en voorzitter Niertumoren commissie) en neuro-oncologie (o.a. Prof.dr. E.W.  Hoving, Kinder Neurochirurg en Clinical Director Neuro oncologie).

Ons doel is om beter te begrijpen hoe deze tumoren zich ontplooien om op die manier gerichtere therapieën te kunnen ontwikkelen. Voor ons onderzoek maken we onder andere gebruik van de zogenaamde “organoïden-technologie”. Deze technologie maakt het voor het eerst mogelijk om met hoge efficiëntie tumorweefsel als een  soort “minitumoren” in het lab te kweken. Ze blijven daarbij sterk lijken op de oorspronkelijke tumor en gedragen zich dus in veel aspecten hetzelfde. We zijn er recent in geslaagd om organoïden te groeien uit tumorweefsel van patiënten met nier en rhabdoïde tumoren. 

We gebruiken deze organoïden nu om in kaart te brengen hoe deze tumoren überhaupt kunnen ontstaan. Ook testen we de gevoeligheid van de mini-tumoren voor een heleboel verschillende medicijnen. Dit kan dan dus zonder de patiënt hiermee te belasten. We hopen zo een medicijn te vinden dat wel de tumorcel maar niet een gezonde cel doodt. 

Waarom is onderzoek naar dit onderwerp zo belangrijk?

De prognose van kinderen met een niertumor is in zeer sterke mate afhankelijk van het type tumor. Waar de behandeling van kinderen met een Wilms tumor over het algemeen succesvol is hebben kinderen met één van de ander soorten meestal een slechter vooruitzicht. Kinderen met een rhabdoïde tumor (zowel in de nier als daarbuiten) hebben zelfs een zeer slechte prognose. Daarnaast hebben overlevenden last van allerlei ernstige bijwerkingen op latere leeftijd doordat ze op jonge leeftijd worden blootgesteld aan een zwaar behandeltraject. Alle patiënten zouden dus baat hebben bij nieuwe, minder toxische medicijnen. 

De laatste jaren is er weinig vooruitgang geboekt bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen met minder bijwerkingen. Dit komt onder andere doordat er geen goede modelsystemen zijn om onderzoek te doen. Daardoor weten we nog maar weinig over hoe deze tumoren ontstaan. Aangezien de tumoren waar wij onderzoek naar doen vaak bij jonge kinderen voorkomen (<5 jaar) is het waarschijnlijk dat er al iets misgaat in de ontwikkeling van het embryo tijdens de zwangerschap. Een beter inzicht in het ontstaan van deze tumoren en de ontwikkeling van nieuwe modellen voor onderzoek is dus essentieel voor het vinden van nieuwe aangrijpingspunten voor therapie.  

Wat hoop je (op korte termijn) met dit onderzoek te bereiken?

De missie van het Prinses Máxima Centrum is om ieder kind met kanker genezen, met optimale kwaliteit van leven. Hier willen we natuurlijk graag een bijdrage aan leveren. We hopen dit te doen door met behulp van onze mini-tumor modellen behandeling op maat te ontwikkelen.

Door van elke patiënt zulke modellen te ontwikkelen en te gebruiken voor onderzoek en het testen van medicijnen hopen we op termijn patronen te gaan herkennen die ons in staat stellen om te voorspellen voor welk medicijn een bepaalde tumor gevoelig is en, niet te vergeten, voor welk medicijn niet. Het kan namelijk voorkomen dat kinderen worden behandeld met medicijnen die eigenlijk niet goed werken. Zo’n zelfde strategie wordt momenteel al succesvol toegepast bij patiënten met taaislijmziekte en de eerste resultaten bij kanker bij volwassenen zien er ook veelbelovend uit. We hebben dus goede hoop dat we dit ook bij kindertumoren kunnen doen.

Wat maakt onderzoek naar kinderkanker zo lastig?

Ik denk dat er meerdere redenen zijn. Zoals ik eerder al aangaf ontstaan veel van de tumoren waar we aan werken al tijdens de ontwikkeling van het embryo. De embryonale ontwikkeling is een ontzettend ingewikkeld en dynamisch proces waar we nog heel veel niet van begrijpen. Dat maakt het dus lastig om te achterhalen wat er nu eigenlijk misgaat waar de tumor door ontstaat. Deze fundamentele inzichten zijn echter heel belangrijk om nieuwe aangrijpingspunten voor medicijnen te vinden.

Daarnaast zijn deze tumoren zeldzaam waardoor er in veel gevallen niet voldoende materiaal is om onderzoek mee te doen. Met de mini-tumormodellen hopen we dit probleem deels op te lossen door ook van de meest zeldzame varianten modellen te ontwikkelen en te verzamelen in zogenaamde “mini-tumor biobanken”. Zo kunnen we over een langere periode toch relatief grote studiegroepen samenstellen.

De zeldzaamheid maakt het ook niet altijd makkelijk om geld te vinden om ons onderzoek van te financieren. We zijn daarom dus ook ontzettend blij met de steun die we van KiKa mogen ontvangen voor ons onderzoek!

Steun KiKa

Elke week krijgen 10 kinderen kanker.
25% redt het niet.

Doneer

Steun KiKa

De strijd tegen kinderkanker winnen we alleen als we het samen doen. Word donateur of steun ons éénmalig.

Doneren