onderzoek kanker

Opname van voedingsstoffen bij darmschade door chemo

Onderzoek naar de opname van voedingsstoffen bij darmschade door chemotherapie

Introductie 
Gastroïntestinale mucositis is een ernstige bijwerking van chemotherapie. Het slijmvlies van het spijsverteringskanaal (de mucosa) is dan ernstig beschadigd waardoor het de vraag is of darmcellen nog wel goed kunnen functioneren. De belangrijkste functie van de darm, namelijk het verteren en opnemen van voedingsstoffen, kan daardoor in gevaar komen. Dat, terwijl kankerpatiënten vaak al een verminderde voedingsstatus hebben en juist baat zouden hebben bij een verbetering van de voedingsstatus. De drie belangrijkste componenten van de voeding zijn koolhydraten, vetten en eiwitten. Deze drie zijn de focus van ons onderzoek.

Er zijn aanwijzingen dat de voedselopname bij het optreden van deze bijwerking niet goed is. Of dit aan de verterings- en opnamecapaciteit van de darm ligt is nog niet bekend. Er is daardoor geen duidelijke voedingsstrategie bij deze patiënten. Een op deze bijwerking toegespitste voedingsstrategie zou de voedingsstatus van patiënten kunnen verbeteren, het herstel kunnen versnellen en de overlevingskans doen toenemen. Er is een rattenmodel ontwikkeld met een beschadiging van het spijsverteringskanaal door chemotherapie. Met behulp van dit rattenmodel kan de vertering en absorptie van voedingsstoffen bij het optreden van deze bijwerking bestudeerd worden. In dit rattenmodel zijn de vertering en absorptie van koolhydraten en vetten al bestudeerd. De ratten kregen enteraal (als een eenmalige bolus in de keel of door middel van continue toevoer via een darmsonde) én via een infuus voedingsstoffen toegediend. Deze voedingsstoffen waren gelabeld waardoor ze na opname in het bloed opgemerkt konden worden. Vervolgens werden er regelmatig bloedmonsters genomen om te kijken of de gelabelde voedingsstoffen waren opgenomen en verteerd.

Tot nu toe heeft dit onderzoek uitgewezen dat het koolhydraat lactose (de meest belangrijke koolhydraat voor kinderen) slecht opgenomen en verteerd wordt bij darmschade (25% ten opzichte van normaal). Het koolhydraat glucose (een zeer belangrijke energiebron voor het lichaam) wordt tijdens deze bijwerking matig opgenomen wanneer deze in één grote portie wordt geconsumeerd (vergelijkbaar met het eten van een kleine maaltijd). Echter, wanneer glucose door middel van een darmsonde continu wordt aangeboden, verbetert de opname van glucose enorm (tot 60 – 80% ten opzichte van normaal). Glucose zou op deze manier dus wél een belangrijke energiebron kunnen zijn voor patiënten met deze bijwerking. Voorlopige uitslagen van vetzuurstudies laten zien dat zowel verzadigde als onverzadigde vetzuren niet worden opgenomen tijdens bij deze patiënten.

In het huidige onderzoek wordt de absorptie van essentiële eiwitten tijdens darmschade bestudeerd. Juist tijdens darmschade (zoals mucositis) neemt de behoefte aan eiwitten toe om de (darm)schade te kunnen herstellen.

Conclusie
De opname- en verteringscapaciteit van de darm bij het optreden van darmschade is tot nu toe echter niet goed onderzocht. Om dit te kunnen onderzoeken is er een speciaal rattenmodel ontwikkeld. Deze ratten hebben darmschade die veroorzaakt is door chemotherapie. Met dit model kan de opname en vertering van voedingsstoffen bij darmschade bestudeerd worden. In dit onderzoek is er specifiek gekeken naar de opname van eiwitten in dit rattenmodel. Ratten kregen aminozuren (de bouwstenen van eiwitten) via het bloed en via de darmen toegediend. De aminozuren waren gelabeld zodat ze na opname door de darmcellen goed opgemerkt konden worden. Er kon zo gemeten worden hoeveel aminozuren er vanuit het bloed en de darmen door de darmcellen opgenomen werden.

Hieruit bleek dat de gemiddelde opname van aminozuren gelijk was in dieren met en zonder darmschade. Er werd echter wel een ander belangrijk verschil gevonden tussen dieren met en zonder darmschade. De darmcellen van dieren met darmschade bleken vooral aminozuren op te nemen vanuit de bloedbaan en niet vanuit de darmen zelf. Dit kan waarschijnlijk verklaard worden door het beschadigde slijmvlies. Dit zou betekenen dat een tekort aan eiwitten bij patiënten met darmschade behandeld zou kunnen worden door aminozuren toe te dienen via de bloedbaan, zodat deze door de darmcellen goed opgenomen kunnen worden. Helaas treden bij deze vorm van toedienen ook bijwerkingen op en daarom moet dit eerst goed onderzocht worden voordat dit bij patiënten kan worden toegepast.

Onderzoeksnummer: 88 
Centrum: Beatrix Kinderziekenhuis – UMC Groningen
Startjaar: 2010
Looptijd: 1 jaar
Totale kosten/bijdrage KiKa: € 109.387

Steun KiKa

Elke week krijgen 10 kinderen kanker.
25% redt het niet.

Doneer

Meer over dit onderwerp
Uitgezaaide kinderkanker

Behandeling uitgezaaide kinderkanker

Modernste technieken voor het in beeld brengen en bestralen van uitgezaaide kanker

Lees verder
Psychosociale late effecten

Psychosociale late effecten

Psychosociaal functioneren van volwassen survivors van kinderkanker

Lees verder
lab onderzoek kinderkanker

Erfelijke kinderkanker identificeren

Wat is de beste methode om kinderen met een erfelijke vorm van kinderkanker te identificeren?

Lees verder
Erfelijke oorzaak

Erfelijke oorzaak kinderkanker

Herkennen van alle kinderen met een erfelijke vorm van kinderkanker

Lees verder

Steun KiKa

De strijd tegen kinderkanker winnen we alleen als we het samen doen. Word donateur of steun ons éénmalig.

Doneren