onderzoek kinderkanker

Ontstaan van metabool syndroom onder overlevenden van kinderkanker

Introductie 
Nu de overlevingscijfers van kinderkanker verbeteren is er in toenemende mate behoefte aan onderzoek naar de late effecten van de verschillende behandelingen. In dit project zal aandacht worden besteed aan het optreden van metabool syndroom bij volwassen die genezen zijn van kinderkanker. Metabool syndroom bestaat uit een combinatie van factoren (hoge bloeddruk, overgewicht, verstoord vetspectrum en het hebben van een verstoord glucose metabolisme) die zorgen voor een verhoogd risico op hart- vaatziekten. Het is goed mogelijk dat bepaalde onderdelen van de behandeling op kinderleeftijd tot één of meerdere factoren van het metabool syndroom zouden kunnen leiden. Tot op heden is er niet veel bekend over vetstofwisseling, overgewicht, suikerziekte en hoge bloeddruk bij volwassenen die kinderkanker hebben overleefd. 

In dit project worden deze risicofactoren onderzocht in een groep van 600 overlevenden van kinderkanker die behandeld zijn in het Erasmus MC - Sophia Kinderziekenhuis. Daarnaast zullen andere risicofactoren zoals een familiaire hogere kans, genetische factoren maar ook vaatwand veranderingen van bloedvaten en de invloed van voeding en beweging meegenomen worden in het onderzoek. 

Er wordt bepaald of er onder de overlevenden een verhoogd risico bestaat op het metabool syndroom. Ook wordt er vastgesteld welke specifieke groepen van overlevenden dit syndroom ontwikkelen. Met deze kennis kan er misschien in de toekomst voorkomen worden dat overlevenden van kinderkanker suikerziekte, hart- en of vaatziekte of een herseninfarct krijgen. Men zou bijvoorbeeld dieet- of bewegingsadviezen kunnen geven indien overgewicht in een hoog percentage van de overlevenden zou voorkomen. 

Stand van zaken 
Tot nu toe zijn er 500 volwassen overlevenden van kinderkanker onderzocht. Dit zijn overlevenden van onder andere acute lymfatische leukemie (ALL) en non-Hodgkin lymfoom (NHL). Hieruit is gebleken dat 13% van de overlevenden het metabool syndroom heeft. Opvallend is dat met name overlevenden van ALL die behandeld zijn met bestraling op het hoofd vaker overgewicht en een hoge bloeddruk hebben in vergelijking met ALL overlevenden die niet behandeld zijn met bestraling op het hoofd. Zij hebben daardoor een verhoogd risico hebben op het metabool syndroom in vergelijking met niet-bestraalde overlevenden (23% vs. 7%). 

Bij overlevenden van NHL is er gekeken naar de botdichtheid, lichaamssamenstelling en lichaamslengte. Hieruit is gebleken dat overlevenden van NHL, met name mannelijke overlevenden en overlevenden van een bepaald subtype, kleiner zijn dan gezonde controles (volwassenen die geen NHL hebben gehad). Tevens is gevonden dat overlevenden van NHL geen verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van overgewicht of een verminderde botdichtheid.

Conclusie
Uit het onderzoek in een groep van 500 volwassen overlevenden van kinderkanker is gebleken dat zij die op het hoofd zijn bestraald een hoger risico hebben op het metabool syndroom. Een hoge bloeddruk kwam vaker voor bij overlevenden van kinderkanker in vergelijking met mensen die nooit ziek zijn geweest. De bloeddruk wordt beïnvloed door de  bijnier. Daarom is er in een groep overlevenden van nefroblastoom en neuroblastoom, waarvan bij een gedeelte één van de twee bijnieren verwijderd is, de bijnierfunctie onderzocht.

Dit onderzoek wijst uit dat de bijnierfunctie in deze groep niet afwijkend is. Een opvallende bevinding was dat indien één van de twee bijnieren verwijderd was, juist hogere cortisol en adrenocorticotrophin hormoon (ACTH) waardes gevonden werden. Dat betekent dat er in deze patiënten een ander ‘setpoint’ is voor de bijnierfunctie, waardoor het systeem harder werkt. Omdat cortisol levels gecorreleerd zijn met het risico op het metabool syndroom en daarmee hart- en vaatziekten, is het met name in deze groep van belang dat de metabole en cardiovasculaire status verder in kaart wordt gebracht. Vervolgens is de frequentie van het metabool syndroom bepaald in overlevenden van nefroblastoom en neuroblastoom. Er werd een verhoogd risico op het ontwikkelen van het metabool syndroom gevonden na chemotherapie, vooral na bestraling op de buik. Het bleek echter dat de prevalentie van het metabool syndroom onderschat werd in overlevenden die op de buik bestraald zijn, doordat deze patiënten een misvormd abdominaal gebied hebben. Alternatieve markers voor overgewicht, zoals het percentage totaal vet, zouden daarom meegenomen moeten worden in toekomstige studies.

Vervolgens hebben we hormonale functies en componenten van het metabool syndroom bestudeerd in overlevenden van myeloïde leukemie die alleen behandeld zijn met chemotherapie, en vergeleken met enerzijds patiënten die behandeld zijn met totale lichaamsbestraling in combinatie met stamceltransplantatie en anderzijds met gezonde controlepersonen. Behalve verlaagde vruchtbaarheid markers werden geen hormonale of metabole stoornissen gevonden in deze groep. Dit in tegenstelling tot de groep die met totale lichaamsbestraling is behandeld. In deze groep werd in vergelijking met gezonde controlepersonen verminderde vruchtbaarheid, verstoorde schildklierfunctie, een verhoogde taille-heupratio en significant hogere spiegels van insuline en triglyceriden gevonden. 

Onderzoek bij overlevenden van non-Hodgkin lymfoom laat zien dat botdichtheid, lichaamssamenstelling, schildklierfunctie en groeihormoon waardes vergelijkbaar zijn met de normale bevolking. Wel lijkt het erop dat de mannelijke overlevenden van non-Hodgkin verlaagd inhibine-B hormoon hebben, wat erop kan wijzen dat er sprake is van verminderde vruchtbaarheid.

De ontwikkeling van het metabool syndroom wordt in de normale bevolking bepaald door omgevingsfactoren en genetische aanleg. De resultaten in overlevenden van kinderkanker laten zien dat de behandeling, voornamelijk craniële en abdominale bestraling, een belangrijkere factor is voor de ontwikkeling van metabool syndroom in overlevenden van kinderkanker, dan genetische variatie. 

Body mass index (BMI) is de meest gebruikte maat voor obesitas, maar is onbetrouwbaar omdat het geen onderscheid maakt tussen spiermassa en vetmassa. In de normale populatie werd 30% van de mensen met obesitas geclassificeerd als niet obees door middel van BMI. In de huidige studie toonden we aan dat in overlevenden van kinderkanker deze onderschatting nog groter is, namelijk 52%. Taille-heup ratio bleek een betere maat te zijn, maar is niet toepasbaar in een groot deel van de overlevenden die met abdominale bestraling zijn behandeld. 

Obesitas en verminderde vruchtbaarheid zijn beide belangrijke complicaties van vroegere behandeling en hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Verminderde vruchtbaarheid komt voornamelijk voor bij overlevenden die behandeld zijn met totale lichaamsbestraling, abdominale bestraling en alkylerende middelen. In de algemene bevolking heeft obesitas een negatieve invloed op de vruchtbaarheid. In zowel mannen als vrouwen vonden we dat, onafhankelijk van de schadelijke effecten van vroegere behandeling, obesitas en insuline resistentie geassocieerd waren met verlaagde vruchtbaarheidsmarkers (lagere AMH spiegels in vrouwen en lagere Inhibine B waarden in mannen).

Onderzoeksnummer: 30
Centrum: Sophia Kinderziekenhuis- Erasmus MC Rotterdam
Startjaar: 2009
Looptijd: 4 jaar
Totale kosten/bijdrage KiKa: € 645.992

Steun KiKa

Elke week krijgen 10 kinderen kanker.
25% redt het niet.

Doneer

Meer over dit onderwerp
Uitgezaaide kinderkanker

Behandeling uitgezaaide kinderkanker

Modernste technieken voor het in beeld brengen en bestralen van uitgezaaide kanker

Lees verder
Psychosociale late effecten

Psychosociale late effecten

Psychosociaal functioneren van volwassen survivors van kinderkanker

Lees verder
lab onderzoek kinderkanker

Erfelijke kinderkanker identificeren

Wat is de beste methode om kinderen met een erfelijke vorm van kinderkanker te identificeren?

Lees verder
Erfelijke oorzaak

Erfelijke oorzaak kinderkanker

Herkennen van alle kinderen met een erfelijke vorm van kinderkanker

Lees verder

Steun KiKa

De strijd tegen kinderkanker winnen we alleen als we het samen doen. Word donateur of steun ons éénmalig.

Doneren