Afgerond onderzoek: Worden eiwitten nog wel goed opgenomen bij darmschade ontstaan door chemotherapie?

Worden eiwitten nog wel goed opgenomen bij darmschade ontstaan door chemotherapie?

Onderzoek 88 is succesvol afgerond.

Worden eiwitten nog wel goed opgenomen bij darmschade ontstaan door chemotherapie?

Chemotherapie kan soms ernstige bijwerkingen hebben. Zo kan het slijmvlies van de darmen ernstig beschadigen, waardoor het de vraag is of voedingsstoffen nog wel goed worden opgenomen door de darmcellen. De belangrijkste functie van de darm, namelijk het verteren en opnemen van voedingsstoffen zoals eiwitten, vetten en koolhydraten, kan dus in gevaar komen.
De opname- en verteringscapaciteit van de darm bij het optreden van darmschade is tot nu toe echter niet goed onderzocht. Om dit te kunnen onderzoeken is er een speciaal rattenmodel ontwikkeld. Deze ratten hebben darmschade die veroorzaakt is door chemotherapie. Met dit model kan de opname en vertering van voedingsstoffen bij darmschade bestudeerd worden. In dit onderzoek is er specifiek gekeken naar de opname van eiwitten in dit rattenmodel. Ratten kregen aminozuren (de bouwstenen van eiwitten) via het bloed en via de darmen toegediend. De aminozuren waren gelabeld zodat ze na opname door de darmcellen goed opgemerkt konden worden. Er kon zo gemeten worden hoeveel aminozuren er vanuit het bloed en de darmen door de darmcellen opgenomen werden. Hieruit bleek dat de gemiddelde opname van aminozuren gelijk was in dieren met en zonder darmschade. Er werd echter wel een ander belangrijk verschil gevonden tussen dieren met en zonder darmschade. De darmcellen van dieren met darmschade bleken vooral aminozuren op te nemen vanuit de bloedbaan en niet vanuit de darmen zelf. Dit kan waarschijnlijk verklaard worden door het beschadigde slijmvlies. Dit zou betekenen dat een tekort aan eiwitten bij patiënten met darmschade behandeld zou kunnen worden door aminozuren toe te dienen via de bloedbaan, zodat deze door de darmcellen goed opgenomen kunnen worden. Helaas treden bij deze vorm van toedienen ook bijwerkingen op en daarom moet dit eerst goed onderzocht worden voordat dit bij patiënten kan worden toegepast.

Lees meer over dit onderzoek op onze website: Onderzoek 88